Vacht :
Vacht : overvloedig en van een goede, harde structuur, niet glad, maar ruig en vrij van krul. De ondervacht vormt een waterdichte laag. Hoofd en schedel zijn goed bedekt met haar, de oren zijn matig behaard, de hals is goed behaard, de voorpoten zijn rondom goed behaard, de achterhand is zwaarder behaard dan de rest van het lichaam. De kwaliteit en structuur van de vacht zijn belangrijker dan alleen de lengte.
Kleur : Iedere tint grijs, grauw of blauw. Lichaam en achterhand aaneengesloten van kleur, met of zonder witte sokken. Witte vlekken in het gekleurde gebied zijn ongewenst. Hoofd, nek, voorhand en onderbuik zijn wit, met of zonder aftekening. Iedere tint bruin is ongewenst.